Brief aan mijn ongeboren kind

Een brief aan jou. Je bent ergens tussen ziel en lichaam, tussen keuze en toeval. Misschien kies jij mij niet. Misschien kies ik jou niet. En als je er toch voor kiest om via mij te reïncarneren, dan ben ik benieuwd of je een jonge ziel bent, of een oude. Misschien wordt dit je laatste leven. Waarna je niet meer terug naar aarde hoeft te komen, zoals ik leerde in India. ‘Verlicht’, zijn we wanneer we de donkerte van de aarde niet meer nodig hebben om ons eigen licht te leren kennen. 

Lieve, er is hier best veel licht, alleen niet zo veel licht als waar jij nu rondzweeft. Hier is geen licht zonder schaduw. Geen zonlicht zonder consequenties. De zon die wij in Nederland zo verwelkomen: die terrassen laat vollopen, blote benen laat flaneren, mij tegen het verkeer in laat lopen daar waar zij wél schijnt, brengt niet alleen maar de vreugde van verbrande Hollandse koppen in de zon, en ik blij en mooi omdat ik nou eenmaal opbloei boven de 23 graden celsius. Ergens anders droogt ze rivieren uit, laat oogsten verschrompelen en dorpen overstromen.

Ja, op aarde is zelfs het mooiste licht niet zonder risico’s.

Het stralendst is het licht dat wij mensen bezitten, we noemen dat liefde, we weten daar niet altijd raad mee, proberen die liefde te behouden, te vangen: in gedichten, in schilderijen, in de foto’s die we maken. We proberen het vast te houden, omdat het verliezen van liefde, of het nou door de dood, scheiding, andere wegen, een meningsverschil, of geweld is, het diepste lijden brengt. 

We proberen veel te vangen als mensen, juist datgene dat niet te vangen valt.

Alleen de grootste kunstenaars zijn in staat liefde stil te zetten.

-

Toen ik twaalf was dacht ik dat onze ontwikkeling lineair was. Dat ons bewustzijn zo zou groeien dat het geen oorlogen meer voort kan brengen. Ik ging ervan uit dat oorlogen overal ter wereld zouden uitdoven als kampvuren, dat het een barbaarsheid van het verleden was.

De wereld is niet lineair, het is eerder een aandelengrafiek. Wij als mensen leren niet echt van onze fouten. En als we dat persoonlijk wel hebben gedaan, dan sterven we en komt er weer een nieuwe generatie die dat opnieuw moet leren.

In die tijd stelde ik mij de hemel voor als een bos vol hertjes en konijnen, alleen maar gelukkige families waar kinderen elke dag pannenkoeken eten in een oneindige lente. Volwassenen huppelen er naakt zoals kleine kinderen op een strand, een onschuldige naaktheid niet bezoedeld door geilheid, door lusten die lasten in zich dragen. Nee de naaktheid van de hemel heeft geen weerslag, is niet bloeddorstig, of bezweet, mateloos en onvervulbaar. Het is een naaktheid zoals rijpe druiven in een wijngaard.

Zielsgelukkig was ik met mijn zestal babykonijntjes. Ik heb ze niet geboren zien worden, maar opeens waren ze daar: krioelende salami kleurige wezentjes, piepend als muisjes, verstopt in het hooi. De volgende ochtend rende ik op blote voeten de tuin in. Opende het houten deurtje met het kapotte gaas waar ik mij meermaals aan had geprikt. Het hok was leeg, op moederkonijn na. Alle babykonijntjes waren dood. Dat moest de vos zijn geweest dacht ik, die had een tijdje daarvoor een kip doodgebeten.

Jankend liep ik naar binnen. Ik hoorde mijn vader tegen mijn moeder zeggen dat moederkonijn haar eigen jongen had opgegeten. 

Die wreedheid, dat beeld van mijn favoriete konijn die zoiets wanstaltigs kon doen heeft mij lang achtervolgd. Mijn beeld van konijnen, en daarmee mijn beeld van de hemel was voorgoed veranderd.

Nu weet ik dat wezens rare dingen doen ten tijde van angst en stress, blijkbaar was mijn konijn gestrest. Ze zag geen uitweg, wist niet hoe ze voor haar jongen kon zorgen en at ze daarom maar op. Eerder een sein van heldhaftige moederliefde dan wreedheid. Soms is heldhaftigheid vermomd als wreedheid. Aarde, de plek waar pijn, wanhoop, liefde, en genot verstrengeld zijn als een kaastwister.

Hemel bestaat hier alleen in momenten. Wanneer er liefde wordt geuit die ego overstijgt. Broodtrommels met briefjes van moeders, vaders die fietsbanden oppompen voor hun kroost, ziekenbezoek, fruitmanden, vriendschap, iemand minutenlang in de ogen aankijken, de blosjes van oude vrouwen op schilderijen van Rembrandt, soldaten die ervoor kiezen de vijand niet dood te schieten.

-

Ik heb altijd verwacht dat je zou komen. Gewoon verwacht, als een gegeven. Zoals ik verwacht dat als ik straks ga slapen, ik weer wakker word, en even later de zon opkomt. En zoals ik mij nooit zorgen maak of na de winter de lente ontspruit. Zo zou jij ook horen bij mijn nieuwe seizoen.

Inmiddels leef ik, biologisch gezien, in de herfst, maar ik kleed mij nog voor de zomer.

Je bent eerder een verwachting dan een verlangen.

Ik ben 34, de leeftijd die mijn moeder had toen ik werd geboren.

Jong moeder heb ik nooit willen zijn. Daarvoor wilde ik nog te veel van de wereld zien, beleven, mijzelf leren kennen. Iets van mijzelf neerzetten, voordat ik jou zou neerzetten. 

Nog steeds voel ik mij te jong voor het moederschap. En ik vind dat een gênante gewaarwording.

Zwitsal shampoo koop ik alleen om mijn cashmere truien te wassen. 

-

Ik denk niet dat er volwassenen zijn die zich helemaal volwassen voelen. 
Volwassen zijn is een maatschappelijk concept dat niet strookt met onze tijdloze ziel, die zich meer thuis voelt in kinderlijke onbevangenheid en oneindige verwondering. 

Toch, vind ik niets leukers dan volwassen zijn, terwijl ik een kind ben.

Ik kijk graag naar tv-programma’s over vrouwen die spijt hebben van het moederschap. Ik houd ervan wanneer mensen zeggen wat ze eigenlijk niet horen te zeggen, mensen die het ontoegeeflijke toegeven. Voor mij is er bijna niets mooiers dan de waarheid, hoe ongemakkelijk die ook kan zijn. Uiteraard voel ik voor die arme kinderen. Ook al wordt ze nooit verteld dat ze ongewenst waren, ze zullen het voelen in hun cellen, als een tweeling die bij de geboorte is gescheiden.

De spijt van de moeders gaat meestal over een onvervuld leven. Ze waren nog niet klaar om voor een ander te leven. Opeens niet meer weg kunnen gaan, niet meer kunnen verdwijnen, omdat er monden gevoed moeten worden, luiers verschoond, huilen getroost voor een ongewild kroost.

Want dat is toch wat kinderen van je vragen: jezelf kunnen vergeten ten behoeve van de ander.

Mij lijkt dat juist een van de fijnere dingen van het moederschap. Dat ik opeens naar de tweede plek wordt gestoten in mijn eigen leven. Andermans problemen die prangender zijn dan de mijne.

Kinderen zijn niet nodig om een vol leven te leiden. Om gelukkig te worden. Ik denk dat niets ongelukkiger maakt dan kinderen krijgen met de verwachting dat ze je gelukkig gaan maken. Of dat ze je relatie gaan redden. Of vervulling gaan geven.

-

Hoe verdrietig en rouwig zou ik zijn als jij nooit komt? Zou ik voelen dat ik gefaald heb als vrouw? Zal het een verdriet zijn dat wegsluimerd, of zal ik het altijd bij mij blijven dragen, zoals de moedervlekjes op mijn wang? Zou ik stil rancuneus worden op vriendinnen met kinderen? Of zal ik, zoals ik hoop, een warme aanwezigheid zijn in het kinderleven van velen. Zou een deel van mij altijd onvervuld blijven? Zou ik de leegte voelen van mijn baarmoeder? Net zoals ik mijn ongesteldheid soms beschouw als een microbegrafenis. Weer een onbevrucht eitje dat in een eenzame en bloederige dood wegsterft.

Wellicht ben ik helemaal niet zo rouwig. Ik houd van mijn vrijheid, uiteindelijk heeft mijn liefde voor de vrijheid altijd gewonnen van mijn geliefdes. Vrijheid: door India zwerven, in een ashram gaan wonen, de vrijheid voelen van mijn geest, nadat ik door al het dierlijke van mijn wezen ben afgedaald, Mijn bezittingen verkopen, schrijven, ondernemen, boeken lezen, een paar maanden per jaar verdwijnen. Met de motor door Italië zwerven, zonder schuldgevoel, omdat er dan niemand is die mij nodig heeft om te blijven leven.

Hoe verlichter de geest, des te minder behoefte aan kinderen. Want er is dan niets meer buiten jezelf nodig om je ware zelf te leren kennen. Dat is het ultieme geluk, weten wie je bent voorbij man of vrouw, voorbij het lichaam, voorbij het tijdelijke, voorbij de sterfelijkheid. Dat is de waarheid, ‘Sat Nam’ in Gurmukhi. De waarheid die onze werkelijke identiteit is. Daar zijn geen namen voor en al helemaal geen pronouns, want elke naam zou die waarheid ontkennen, afwijzen, beperken op groteske wijze.

Wij, gewone stervelingen, ervaren onze verlichte natuur meestal enkel in contact met de ander. Zoals Narcissus zijn spiegelbeeld nodig heeft om verliefd te worden, hebben wij onze geliefden nodig om liefde te uiten en te voelen.

-

Er zijn ouders, vaak vrouwen (ja, ik kan hier een hele lange disclaimer schrijven, maar daar heb ik geen zin in, als je dit aanstootgevend vindt, excuus en jammer dan), meer stupide worden door kinderen: als een brein dat gekaapt is door een verslaving. Het leven wordt eenrichtingsverkeer. Vernauwing. De kinderen als constant aandachtspunt. Andere interesses die verbleken, boeken die niet kunnen worden uitgelezen, vriendinnen die niet meer worden gebeld. Het kind als een doucheputje waar al het water naartoe vloeit. Het ‘ouder zijn’ heeft alle andere identiteiten opgeslokt.

Maar kinderen dwingen je naar een maturiteit van geest die alleen moeilijk te bereiken is. Bij sommige kinderloze vrienden van mijn moeder zie ik iets wat ik bij mezelf vrees: een bepaalde entitlement die kan ontstaan als het leven te lang alleen van jou is. Als je weinig concessies hoeft te doen, niemand je borst nodig heeft als jij nodig moet slapen, als alle dagen van jou zijn, alle vuile was door jou komt, dan leer je misschien nooit wat opoffering werkelijk is. Het is een maturiteit die alleen uit het verlies van jezelf groeit.

Kinderen schudden ons wakker wanneer we te gevestigd, te star en volwassen dreigen te worden. Ze dwingen ons de wereld opnieuw te zien zoals zij dat doen: als spel, als wonder. Kleinkinderen doen dit later nog eens, voor wie dat geluk heeft, in een periode dat we onze werkelijke natuur nogmaals dreigen te vergeten.

Soms ben ik jaloers op vriendinnen die zeker weten dat ze geen moeder willen worden. Zij hebben een toekomst die klopt met hun verlangen, met hun dromen, met wie ze zijn. Bij mij ligt dit allemaal parallel naast elkaar, lijnen die elkaar, vooralsnog, nooit helemaal raken.

-

Mijn vader overleed toen hij 61 was. Als jij komt wordt het jouw opa. Ik zal je veel over hem vertellen. Hij vertrouwde zijn oordeel beter dan welke kaart, of welk advies dan ook. Ik kan hem niet meer voorstellen in de wereld van nu, waarin we ons denkvermogen het liefst uit handen geven. 

Na zijn overlijden zeiden mensen dat mijn vader ‘te jong’ gestorven was. Ik wist wat ze bedoelden: jonger dan gemiddeld, jonger dan gehoopt. Maar toch irriteerde de uitspraak mij, alsof er ergens een Excel sheet bestaat waarin staat wanneer we mogen sterven.

We doen allemaal alsof we recht hebben op dingen. Een koophuis. Een partner die blijft. Kinderen als we ze willen. Tachtig, negentig jaar, liefst nog langer, en gezond. We bouwen toekomsten in ons hoofd en bewonen ze alsof ze al bestaan. En als het toch anders gaat voelen we ons bestolen.

Maar niemand heeft ons iets beloofd. Morgen is geen recht, geen gegeven, morgen is niets meer dan een verwachting. Een verwachting die we nodig hebben, maar die niet klopt want we zijn er veel langer niet dan wel. Maarja: wie zal er anders een verzekering afsluiten, accountant worden, huizen kopen, staatsobligaties, en werken voor een pensioen? Morgen is een onmisbare fata morgana.

-

‘De kinderloze vrouw is verdacht’ las ik in De Groene Amsterdammer, ‘Omdat mijn baarmoeder ongebruikt blijft, word ik weggezet als niet-functioneel. Mij wordt een stilte opgelegd.’ Ik hoor die stilte niet, ik voel veel ruimte voor niet-moederschap.

Ik erger mij niet aan de vraag: ‘heb jij kinderen’ of ‘wil je kinderen’? Waarom ergeren we ons aan vragen die over het algemeen niet kwetsend bedoeld zijn? Omdat ze normatief aanvoelen, zeggen we dan. Maar misschien raken ze gewoon iets wat nog niet is beslecht.

Ik weet dat ik in een bubbel leef. In Amsterdam. Mijn vriendinnen zijn dertigers, hun eitjes liggen in de vriezer, kinderloosheid is bij ons eerder een regel dan uitzondering. In Breda, waar ik opgroeide, hebben mijn vroegere vriendinnen allemaal kinderen. Meerdere. Getrouwd. Man. Corporate. Rotary. Koophuis. Hockey. Hond. Levens die ik niet benijd, omdat ik weet dat het levens zijn waar ik hysterisch van zou worden. Zelfs met drie affaires en twee nannies. 

Ik schrijf dit niet met randstedelijke arrogantie, nouja wellicht deels, maar ik besef ook dat ‘we’ (de randstedelijke meute) aan het verleren zij hoe je samenleeft. Hoe je je leven verweeft met dat van een ander. We zijn zo ‘goed’ geworden in autonomie dat interdependentie onmogelijk lijkt.

De reels van vrouwen die trots met de onafhankelijkheidsvlag zwaaien alsof het Trump met de Amerikaanse vlag betreft, wekken bij mij ongemak op. Een viral reel. Vraag aan vrouwen: willen jullie een wereld zonder mannen? Antwoord meeste vrouwen: Ja! 

Vraag aan mannen: willen jullie een wereld zonder vrouwen? Antwoord alle mannen: Nee, tuurlijk niet.

Heterofatalisme noemen we dat. Mijn Instagram vol onafhankelijke vrouwen die dromen van een wereld zonder mannen. Ik ken die vrouwen ook. Ik geloof ze niet. Te veel autonomie, onafhankelijkheid en afwijzing is ook een vorm van trauma.

-

Lieve ongeborene, ik was je even uit het oog verloren. Mocht je komen, dan verwelkom ik je met duizend armen. En ook jij krijgt een konijn.

Previous
Previous

Van marmer naar vlees

Next
Next

Mijn eerste Airbnb gast was een junk