Mijn eerste Airbnb gast was een junk
Het lukte me maar niet om mijn huis te verhuren via Airbnb. Dit kwam, volgens mijn zusje, omdat ik nog geen reviews had. Ik zakte met mijn prijs en zette direct booking aan. Binnen een halfuur had ik meerdere boekingen.
Mijn eerste gast was ene W. Zijn profielfoto was raar: een alienachtig gezicht. Hij had drie vijfsterrenreviews en was muzikant. Het zal wel loslopen, dacht ik. Dat dacht ik.
Hij zou om 13.00 uur aankomen, maar om 14.30 uur was hij er nog niet. Ik kon hem niet bereiken. Zijn telefoon bleef overgaan. Uiteindelijk hoorde ik gestommel op de trap van mijn buurman. W. noemde zijn naam; mijn buurman liet met veel onhandige ‘uhs’ merken dat hij geen idee had wat deze man kwam doen. Ik liep naar beneden om mijn gast naar de juiste deur te wijzen.
Hij zag eruit als iemand die veel mist: tanden, een huis, een douchebeurt, schone kleding. En werkende nieren, zou ik later achterkomen. Zijn broek zakte telkens af. Hij had de gebogen schouders van iemand die te vaak naar de grond had gekeken, op zoek naar halve sigaretten, geld, blikjes. Gebukt onder problemen, en onder de zwaarte van het leven zelf. Als ik iemand zo zie lopen, krijg ik de neiging te doen wat mijn vader altijd bij mij deed: hij ging achter me staan, legde zijn handen op mijn schouders en duwde ze naar achteren. ‘Rug recht,’ gebood hij. Ook al is mijn vader al jaren dood, ik voel nog steeds af en toe zijn handen op mijn schouders als ik voorovergebogen naar mijn beeldscherm kijk.
Nu stond deze ranzige man in mijn woning. Mijn eerste Airbnb-gast. De schoonmakers waren net weg, het rook naar Dreft, de schoonmaakbeurt had tachtig euro gekost. Op mijn bureautje lag een fles cava, ernaast een handgeschreven welkomstbriefje. Ik voelde me een kneus. Welke signalen had ik over het hoofd gezien? Ik wilde deze man niet in mijn bed, onder mijn lakens, onder mijn douche, op mijn wc.
Zijn bezwete voorhoofd glinsterde. Zijn telefoon was net uitgevallen, of kapot, dat liet hij in het midden. Hij had een ingevallen gezicht en drugsogen, alsof iemand met een zaklamp in zijn gezicht scheen. Onhandige bewegingen. Vieze kleding met korstige vlekken, verzameld over een periode van maanden. Een junk als mijn eerste Airbnb-gast, hoe had ik dit voor elkaar gekregen?
Ik zag mezelf van een afstandje, te midden van mijn keurig opgeruimde huis. Het welkomstbriefje. De handdoeken gevouwen in de vorm van een zwaan door mijn schoonmaaksters, ze hadden zelfs een roosje gevouwen op het eerste velletje wc-papier. Ik wilde mijn huis niet uit, hem niet alleen laten tussen mijn spullen, dus bleef ik maar praten. Hij bleef maar zeggen dat hij een douche nodig had. Ik hoorde mezelf vertellen over mijn bedrijf in kunstrondleidingen, hij zou echt een tour met ons moeten doen, hij zou korting krijgen.
‘You look worried,’ zei hij. Ontkennen had geen zin. ‘Yes, you are my first Airbnb guest.’ Hij moest lachen. ‘And then you get me.’ Ik lachte mee en hoopte dat dit een goed teken was. Dat het betekende dat hij wist hoe hij overkwam. Dat een echte dief zijn best zou doen dit te verbergen.
Hij zei nogmaals dat hij graag wilde douchen. Ik gaf hem een rondleiding door mijn huis, bleef doorpraten, en hoorde een lichte trilling in mijn eigen stem. Mijn ongemak echode tegen mijn eigen muren. Mijn huis voelde steeds minder als mijn huis. Hoe kon ik hem wegsturen? Ik wilde dat hij wegging. Ik durfde het niet. Ik wilde hem niet beledigen.
Hij had bijna zevenhonderd euro betaald aan Airbnb. Hoe kon hij dat betalen? Had hij mijn huis gezien op de foto’s en wilde hij het leegroven? Was dit een kunstdief? Daar leek hij niet scherp genoeg voor.
Hij antwoordde ontkennend op mijn vraag of hij een baan had.
‘Oh, lekker dan,’ zei ik, ‘om te reizen zonder baan. Hoe kom je dan aan geld?’ Een vraag die ik anders nooit had gesteld, een ordinaire vraag, passief agressief, maar ik moest weten hoe iemand die er klaarblijkelijk uitzag als een zwerver meer dan twee honderd euro per nacht kon neertellen. Waarom kocht hij niet meteen even een nieuwe broek?
‘My dad died and left me some money.’ Een rijke junk dus, de meest gevaarlijke combinatie,
‘If you don’t mind. I really need to take a shower.’
‘Sure. I am close, I’ll stay with my neighbour,’ loog ik. In werkelijkheid logeerde ik bij een vriend aan de Amstel, een heel eind van mijn huis in de Jordaan.
‘So no parties then,’ zei hij grappend. Nee, geen feestje, antwoordde ik serieus.
Ik deed de deur achter me dicht. Het voelde, althans, dat denk ik, alsof ik mijn kind achterliet bij een babysitter die ik niet helemaal vertrouwde. Niet als in pedofiel, maar als in: vaped, laat baby huilen, nodigt vriendje uit en zit hele avond op haar telefoon.
Ik belde mijn zusje.
‘Waarom heb jij dit nu weer? Ik zit al jaren op Airbnb en heb dit nog nooit meegemaakt,’ zei ze, betweterig en vol ongeloof. ‘Meteen Airbnb berichten.’
‘Instant booking stond per ongeluk aan.’
‘Ja, dat moet je ook nooit doen. Daar komen allemaal creeps op af.’
Twee uur later stuurde hij een bericht:
I can’t believe it. I came outside to smoke and I can’t get the keys to open the door... Got no shoes on... Of course.
Paar minuten later: It’s k. I wasn’t pushing hard enough.
Een uur daarna: It’s just one thing after another. I kinda just broke your fridge door. Was it dodgy already?
Nee, nooit problemen mee gehad. Wat deed deze vent met mijn ijskastdeur?
I’m really sorry. I swear I barely touched it.
Ik schreef dat het me speet van de deur, wat niet zo was, maar hij kwam uit Engeland, en zo zijn Engelsen: ze doen alsof alles ze spijt maar het boeit ze geen klote. Ik appte dat ik de volgende dag langs zou komen om de deur te repareren.
It’s alright. The sun through the window onto the bed is lush.
Ik zag hem op mijn bed liggen. Mijn bed. Hij, op mijn bed. De zon die scheen op zijn ingevallen wangen. Een naald in zijn arm. Wegzakkend in mijn matras terwijl hij naar muziek luisterde en een joint rookte.
Ik vroeg hoe laat ik langs kon komen om de ijskast te repareren.
Today I broke my glasses. They still work just missing an arm. Typical lol Today is the positive return of all my negative thoughts yesterday. After the dark night comes the brightest dawn. I’m gonna go to 1e Hulp and get some hash but after that I’ll be back here doing my exercises.
Ik stuurde een emoji met biddende handjes terug.
Zenuwachtig belde ik aan bij mijn eigen huis.
Hij liep naar beneden, zijn tengere benen in een wijde spijkerbroek, blote bast. Op zijn bovenarm stond FAKE in het rood getatoeëerd. Op zijn witte borst verschillende Japanse figuren, tekst in zwarte inkt, de teksten ben ik vergeten, want ik kon niets onthouden, te zenuwachtig.
Mijn huis rook naar vuile was en wiet. Mijn aanrecht lag vol medicijnen, pakjes shag, een doos cornflakes. Ik dacht aan Tracey Emin. Zijn kleding lag verspreid over de grond; het kon hem niets schelen. Volgens mij kon niets hem schelen, hij kende geen schaamte. Hij zat op mijn bed. Het raam stond open. Op mijn matras lagen verschillende soorten wiet die blijkbaar lagen te drogen, zo zou hij me later vertellen, want dat is goed voor de wiet. Hij rookte geen sigaretten maar hield een aansteker onder de tabak om die op te warmen, de hete tabak gebruikte hij weer voor de joint, dit was ‘an old Dutch trick’ las ik later terug in zijn appje. Op de grond naast mijn bed een bord met wit brood en iets dat leek op afgekloven peuken.
Het was een slagveld van ranzigheid, een stilleven van vergankelijkheid, van ellende en verslaving.
De Japanse figuren op zijn borst vond ik mooi. Wat zou hij bedoelen met het woord nep op zijn arm? Hij leek mij iemand die allesbehalve nep was. Ik vroeg het niet. Ik vroeg niets over zijn tatoeages, wat ik normaal wel doe, want de redenen achter tatoeages interesseren me. Ik werd afgeleid door de buisjes met bloed die in zijn rechterborst hingen. Twee buisjes die zijn lichaam binnendrongen als bloedzuigers. Een groot rond gat, een lichtrode wond. Ik werd misselijk bij het aanzicht, en nu weer, als ik dit schrijf. Ik vroeg ernaar. Hij had nierfalen.
Ik voelde me een gast in mijn eigen slaapkamer en bedacht dat ik een nieuw matras zou moeten kopen. Mijn beddegoed moest weggooien en een bericht naar Airbnb moest sturen.
Ik vroeg hem van alles, maar ik hoorde niet wat hij zei, ik hoorde alleen mijn hart bonzen. Ik ving iets op over psychiatrische instellingen, iemand aangevallen, een isoleercel, psychose, kut Engeland. Hij begon over Madrid, over zijn katten. Hij zat op een goede universiteit, well educated, zijn Engels was vrij bekakt, zijn naam ook. Hij blowde continu, ook als hij sliep. Hij zocht een publieke piano. Centraal Station, antwoordde ik. Of Maloe Melo tegenover mijn huis, daar moest hij echt eens naartoe, zou hij leuk vinden.
Zijn onderarmen vertelden het verhaar van de straat, van depressie, van een hard leven. Opgezette aderen, naaldwonden, horizontale streepjes, littekens als barcodes.
Ik stuurde een bericht naar Airbnb. Ze zouden een zaak openen.
Ik stuurde hem een berichtje en loog dat Airbnb me had gecontacteerd over mijn eerste verhuurervaring, en zei terloops dat hij binnen echt niet mocht roken.
I have not been smoking up here. I do heat tobacco with a lighter to remove the nicotine and tar. I’ve been going outside to actually smoke. If I smoked the smell would be awful. Heating. Not burning. It’s an old Dutch trick the world forgot. I think I will find a church in the morning. I’ll show you what I mean about the tobacco before I go.
I was quite annoyed with my last rental here. I made a mess literally on one couch and left some food in containers on the floor. And it wasn’t stains or dirt or cigarette butts. But clean cigarette filters from rolling spliffs like I have here and dust from rolling — and they charged me £200 to clean. I would have cleaned it myself but my kidneys failed and I had to leave for emergency dialysis. I had special help on the plane and everything. I paid the money because I had smoked inside the flat though.
De moed zakte me verder in de schoenen. Op advies van een vriendin antwoordde ik: I am sure this time all will be well.
Die nacht droomde ik dat mijn woning in brand stond doordat hij in slaap was gevallen met een joint.
Ik zag het bloed uit zijn wonden spuiten.
Ik zag zijn lichaamssappen in mijn matras vloeien.
Ik zag een bebloede douche en zag hem levenloos op mijn vloer liggen.
De volgende ochtend stuurde ik een berichtje dat ik langs zou komen omdat ik iets vergeten was. Een leugen, maar ik moest weten hoe mijn huis erbij lag.
Die dag moest ik inspringen voor een last-minute rondleiding in het Van Gogh Museum. Een rondleiding die ik inmiddels al tientallen keren had gedaan: langs zijn verschillende periodes, de donkere Brabantse boerenperiode, zijn vertrek en identiteitscrisis in Parijs, zijn vlucht naar Arles, de samenwerking met Gauguin, de intensiteit, het oor, de psychoses, zijn autisme, zijn kwetsbaarheid, gevoeligheid, de psychiatrische inrichting, Auvers-sur-Oise (dat is mijn favoriete periode), zijn zelfdoding.
Ik belde aan bij mijn huis. Hij kwam weer naar beneden geslenterd en had klaarblijkelijk geen zin dat ik er was. Mijn woonkamer gebruikte hij niet; alleen een schilderij dat op de grond stond, stond nu andersom. Nonchalant leek ik, maar als een havik scande ik de ruimte. Ik opende een la, op zoek naar iets dat ik zou zijn vergeten. Er werd aangebeld: hij had eten besteld. Ik maakte een foto van de keuken, voorheen ‘mijn’ keuken. De foto was voor mijn vrienden, en voor mijn Airbnb-dossier.
Ik vroeg of hij me een shagje kon draaien. Hij liep naar mijn bed, ging zitten met een vanzelfsprekendheid alsof het zijn huis was waar hij een teringzooi van had gemaakt. Zijn trui met ingekoekte vlekken, ik wist niet eens hoe je aan zoveel vlekken kon komen. Hij rolde mijn shagje en likte het papiertje dicht. Gadver. Gadver. Gadver. Nee, ik zou het shagje buiten weggooien, bedacht ik me.
Zijn tengere lijf, een eindeloze kwetsbaarheid, een stilleven van de dood. Zijn vieze vingers. Rouwrandjes. Hij is een rouwrandje, bedacht ik me.
Hij sprak veel woorden en zinnen, als ik niet zou luisteren, zou het onsamenhangend zijn, maar dit keer luisterde ik wel.
We gingen naar buiten om te roken. Wat als mijn buren me met deze man zagen? Wat zouden ze denken? Dat ik een zwerver te logeren had? Zou de VvE hier een agendapunt van maken? Geen ongure types in de woning? Zouden ze willen stoppen met Airbnb verhuur toestaan?
Hij liep op blote voeten. We rookten. Ik zette me over het feit heen dat hij met zijn tandloze mond mijn shagje had dichtgelikt. Vuur zou bacteriën verbranden, dacht ik.
‘Het christendom bestaat niet’, zei hij. ‘Een goede christen is een jood, en een slechte jood is een christen.’
‘Jezus, ik heb hem weleens ontmoet. Hij zou tegenwoordig over straat lopen, scheldend: you are a cunt, and you and you and you. He would hate this.’
‘Dus Jezus zou een beetje op jou lijken’, zei ik. Hij glunderde.
Hij vertelde over hoe hij nieuwe patiënten hielp in psychiatrische instellingen, hoe hij met ze ging biljarten, ze aandacht gaf, ze echt aankeek. En hoe ze daarvan opklaarden.
Hij heeft jaren gedacht dat hij in een reality tv show leefde.
Hij zei hoe erg hij het nodig had uit Engeland te zijn ‘shithole’, maar toch beter dan veel andere plekken. Hij ging op de grond zitten.
Hij raakte mij, deze man, deze viezeling, met zijn rouwrandjes, zijn ielige lijf, zijn korstige bestaan. Het was een zachtaardig iemand. Een onbegrepen iemand, een buiten maatschappelijk persoon.
Of hij een kind had? ‘Not really’, blijkbaar wel, maar het was een avond die hij zich niet goed kon herinneren. Hij had gebruikt, met een vrouw, een nogal forse vrouw. De volgende ochtend was zijn kruis vochtig, dat vond hij al gek. Negen maanden later was er een baby. Hij heeft geen contact met haar, of met zijn kind. Maar blijkbaar is zij klein en dikkig, net als haar man en is het kind, een jongen, lang, sterk en tenger, zoals W. Althans, sterk is hij niet, maar dat potentieel heeft hij wel. Hij zou wel graag contact hebben met de jongen, maar dat wil de vrouw niet.
Ik zei dat ik hoopte dat het leven wat zachter voor hem zou zijn voortaan.
‘They will,’ hij zei niet wie ‘they’ is, maar hij zei hij vol overtuiging.
It was nice to meet you. Shame I’m not here longer. I would have loved for you to hear my piano playing.
Ik dacht aan Vincent van Gogh.
Ik dacht aan al die mensen die moeten leven met een hoofd waarin duizend stuiterballen leven.
Een brein waar de hemel en de hel samenkomen in een flitsende tornado.
Voor wie tandenpoetsen en schone kleding een opgave is.
Zij die alles willen zijn behalve nuchter.
Ik zei hem gedag, gaf hem een hand, en wist dat mijn huis een teringzooi was, maar hij was geen dief.
Ik kreeg een laatste appje:
Be all things to all people.
Be what the folks you meet need.
Image: Ed van der Elsken