Sugar dating, een feministische bijbaan?
Ik schrijf mijn masterscriptie kunstgeschiedenis en hij leest Willem Elsschot in een vouwstoel. We brengen hele dagen naakt door. Hij kleedt zich alleen aan om ontbijt te halen. Wanneer hij weg is, pluk ik bloemen uit de tuin, pers verse jus, dek de tafel, en zet de onstuimige bos in het midden. Hij opent fluitend het tuinhek. Onder zijn oksel opgerolde kranten, in zijn handen papieren zakjes met een overvloed aan verse broodjes. ‘Ha lieverd’, ik kus hem op zijn wang want zijn lip heeft koorts. Ik pak de Volkskrant, neem een slok van mijn espresso, de smaak is licht verbrand, en leun naar achteren. ‘De tandarts casht, de kunsthistoricus crepeert’, een artikel over studiekeuzes en baangarantie. Hij duwt mijn krant omlaag: ‘Ik zal ervoor zorgen dat jij nooit hoeft te creperen.’ Ik ben een 25-jarige student kunstgeschiedenis. Hij is mijn 57-jarige sugardaddy.
Het was midden in de hoogtijdagen van de #MeToo-beweging dat ik besloot een profiel aan te maken op SeekingArrangement.com, tegenwoordig bekend als Seeking.com. Met meer dan 40 miljoen leden wereldwijd is dit het grootste ‘sugar datingplatform’ ter wereld. Alleen al in Nederland telt de website meer dan driehonderdduizend gebruikers, waarvan duizenden, voornamelijk vrouwelijke, studenten. Waarom schreef ik mij in op een website waar patriarchale, heteronormatieve machtsstructuren worden verheerlijkt?
‘De vrouw moet mannen behagen, wil zij als vrouw slagen’, schreef Simone de Beauvoir in De Tweede Sekse (1949), een boek dat ik voor het eerst las tijdens mijn periode als sugarbaby. De Beauvoirs woorden vormen een scherpe kritiek op het patriarchaat, waarin de man de norm is en de vrouw de Ander, voor wie succes slechts bereikbaar is door mannen te pleasen. Maar ik weigerde mezelf te laten gebruiken door het patriarchaat. Ík zou het patriarchaat gebruiken. Ik leefde niet in de jaren vijftig. Ik was niet afhankelijk van een man. Niet gevangen in een huwelijk. Ik had geen ruwe handen van het zeepsop, en er trokken geen zestal kinderhandjes aan de zoom van mijn rok. Ik studeerde. Ik had keuzes. Sugar dating was een keuze.
Genderhistoricus Zoe Strimpel stelt in haar artikel Why Women Date Sugar Daddies (2021) dat sugar dating, in tegenstelling tot traditioneel sekswerk, vooral populair is onder jonge, academisch geschoolde vrouwen. Voor sugarbaby’s lijkt het een pragmatische oplossing; een manier om financieel te overleven terwijl ze zich voorbereiden op veelbelovende carrières.
Ik bevond me in de bloei van mijn leven, althans, zoals we dat in onze westerse maatschappij noemen, waar ‘bloei’ vooral verwijst naar het uiterlijk van een vrouw. Wanneer deze uiterlijke bloei begint af te nemen, lijkt ook de ‘waarde’ van een vrouw te dalen, omdat die volgens sommigen nog altijd nauw verbonden is met haar vermogen tot voortplanten en haar fysieke verschijning.
‘Soms wil een vrouw ontdekken wat haar schoonheid en aantrekkingskracht waard zijn’, zei kunstenaar Kate Sinha in een film van kunstcollectief KIRAC uit 2017 als reden waarom ze zich vroeger aangetrokken voelde tot de dynamiek tussen prostituee en klant. Voor mijzelf was het een combinatie van nieuwsgierigheid naar mijn seksuele kapitaal en het benutten van de deprimerend oppervlakkige fixatie op het uiterlijk van vrouwen, waardoor ik destijds dacht: waarom zou ik er niet enig voordeel uit halen?
Doordeweeks studeer ik in Amsterdam. In het weekend ben ik bij hem in België. We hebben het over kunst, literatuur, welke plekken we samen willen bezoeken. Hij vertelt over zijn kinderen, zijn weg naar succes, zijn gestrande huwelijk. Hij praat vooral over zijn roman, waarvan hij mij wekelijks fragmenten toestuurt die ik nooit lees. We bezoeken een grachtenpand in Amsterdam. Een investeringsproject voor hem. Een woning voor mij. Op de begane grond zou ik een galerie beginnen. Het ontglipt de makelaar dat de bewoner het pand had geërfd. Haar man was een stuk ouder en is inmiddels overleden. De vrouw zou na de verkoop naar Ibiza verhuizen. Mijn sugardaddy moet lachen, ik voel mij ongemakkelijk. Ik haat Ibiza.
In De tweede sekse gebruikt Simone de Beauvoir het woord hetaere om vrouwen te beschrijven die niet alleen hun lichaam, maar ook hun persoonlijkheid beschouwen als kapitaal dat strategisch ingezet kan worden. Een hetaere was in het oude Griekenland een hoogopgeleide en onafhankelijke vrouw die gezelschap bood aan mannen van status. Ze onderscheidde zich van gewone prostituees door haar intellect, kunstzinnigheid en sociale vaardigheden. In dit licht zouden sugarbaby’s gezien kunnen worden als moderne hetaeres. Ik zag mijzelf niet als sekswerker. Ik werd toch betaald om mijn intellect en gezelschap? Niet alleen om de intimiteit die een paar weken later op natuurlijke wijze volgde, dat weet ik zeker. Hij had ook een escort kunnen inhuren. Daarnaast had ik weinig raakvlakken met mannen van mijn eigen leeftijd, of liever: daar wist ik mijzelf van te overtuigen. Sugar daten zag ik als een productieve vorm van daten.
Ik genoot van het dubbelleven dat ik leidde; de berichtjes die ik ontving op die obscure website van potentiële daddy’s, dat eerste afspraakje in een oud Amsterdams café. Mijn handdruk iets steviger dan de zijne. De gesprekken over ondernemen, investeren, Russische literatuur, waarom Nederlanders gelijk krijgen, maar Belgen gelijk hebben. Ik stelde vragen, ik luisterde. Ik had een mentor. Een mansplainer, maar ik wilde er wel voor betaald krijgen.
Laten we, omdat er geld in het spel is, sugar dating beschouwen als een vorm van prostitutie. In De tweede sekse stelt Beauvoir dat vrouwen zichzelf prostituteren vanwege een gebrek aan werk en financiële beloning. Ze vond het dan ook niet vreemd dat vrouwen destijds, in de jaren vijftig, voor prostitutie kozen, gezien het ontbreken van andere manieren om geld te verdienen. ‘Waarom zou ze hier níét voor kiezen?’, vroeg ze zich af. De oplossingen om een einde te maken aan prostitutie waren volgens Beauvoir tweeledig: 1. elke vrouw zou verzekerd moeten zijn van een fatsoenlijk beroep, en 2. de publieke moraal zou geen belemmering mogen vormen voor het vrij beleven van de liefde.
Wellicht hangt de keuze van veel studenten voor sugar dating samen met het feit dat studentenbaantjes doorgaans niet veel opleveren. Met een fatsoenlijk beroep doelt Beauvoir immers ook op een beroep dat voldoende wordt betaald. Financieel gaat het slecht met de student. Dat lijkt een nietszeggende zin, want hoort dagenlang pasta eten omdat het geld op is niet gewoon bij student-zijn? Toch is studeren een stuk minder zorgeloos dan vroeger. Huurprijzen van studentenkamers zijn, met name in Amsterdam, nog nooit zo hoog geweest. Een latte van vijf euro is inmiddels de norm (met havermelk is het nóg duurder). Voor veel studenten voelt het alsof ze ondanks bijbaantjes en studiefinanciering (stufi) voortdurend achter de feiten aanlopen.
Filosofiedocent Melo Lopez uit in When Feminism Looks Like Online Misogyny (2022) haar zorgen over de normalisering van sugar dating onder studenten. Ze schetst een generatie die, in plaats van te klagen over de hoge kosten van het studentenleven, waardoor ze volgens de filosoof gedwongen worden tot sugar dating, het juist zien als een daad van zelfbeschikking. Soms zelfs als feministisch verzet. Zoals een geïnterviewde sugarbaby het verwoordde in The Harvard Crimson: ‘It feels empowering to me, to live luxuriously at the expense of my oppressor.’
De publieke moraal zou volgens Beauvoir geen belemmering mogen vormen voor het vrij beleven van de liefde. Tegenwoordig kunnen veel Nederlanders hun partner(s) vrij kiezen, ongeacht geaardheid of gender. Maar zijn we werkelijk vrij in de liefde?
Net als de rest van Nederland keek ik laatst naar regisseur Halina Reijns indrukwekkende film Babygirl. De film gaat over onze verborgen verlangens. Over het verkennen van de grillige grenzen tussen controle en overgave. Wat de film zo krachtig maakt, is dat ze een vorm van toestemming biedt: een uitnodiging om bewust stil te staan bij wat er in ons leeft en hoe we daarmee omgaan.
‘I think you like to be told what to do’, zegt stagiair Samuel, gespeeld door Harris Dickinson, tegen zijn baas Romy, CEO van een hightechbedrijf, gespeeld door Nicole Kidman. Het is een impertinente opmerking, maar voor het eerst legt iemand anders haar seksuele fantasie bloot. Ze is weerloos, als een nestje hongerige vogeltjes dat niets anders wil dan gevoed worden, of in Romy’s geval: gezien, gedomineerd en vernederd.
Zonder dat het werd uitgesproken voelde ik feilloos aan dat mijn sugardaddy ook graag werd opgedragen wat hij moest doen. Directeur, vader; hij was iemand die in zijn dagelijkse leven altijd alles moest bepalen. Maar hij verlangde juist naar overgave. En ik? Ik was een arme student, in een situatie die compleet tegenovergesteld was aan de zijne: mijn vader was onverwachts overleden, als oudste dochter voelde ik de verantwoordelijkheid zwaar op mijn schouders drukken. De rouw en de zorgen over mijn familie zorgden ervoor dat ik hunkerde naar controle, ontsnapping, geld, een gevoel van macht.
Hij kookt wat ik wil, naakt met enkel een schortje om. Hij gaat op beide knieën in het openbaar om mijn veters te strikken. Na het eten veeg ik mijn mond af aan zijn witte shirt. Hij kust mijn hakken.
Een etentje met vriendinnen. In de keuken gaf de vriend van mijn vriendin een klap op haar billen, waarna ze hem een felle reprimande gaf. Ik wist dat ze zich genoodzaakt voelde hem terecht te wijzen, omdat ze zich schaamde voor deze openbare spank-sessie. Als wij er niet waren geweest had ze het niet erg gevonden. Sterker nog, dan had ze het waarschijnlijk lekker gevonden.
Enerzijds willen we ons volledig kunnen over geven aan onze seksuele verlangens. Domineren, gedomineerd worden, of wat dan ook. Anderzijds botst dit soms met het beeld van de verantwoordelijke, ‘goede’ vrouw die we in het dagelijks leven willen zijn. Een vrouw die wordt gerespecteerd, die zich niet zomaar op haar billen laat slaan. Ik, die genoot van het domineren van een man in zijn te dure keuken, en tegelijkertijd alles zou doen voor de bevrijding en gelijkheid van mannen, vrouwen en alles daartussenin.
Dat deze tegenstelling lastig te rijmen is voor ons brein dat gewend is aan zwart-witdenken, merk ik ook op in verschillende recensies over Babygirl. De gelaagdheid werd over het hoofd gezien. De film werd weggezet als ‘niet feministisch’. Of er volgde een moraliserend vingertje, zoals Lotte Houwink ten Cate in de Volkskrant, in het artikel uit ze haar verbazing dat Romy niet ter verantwoording wordt geroepen over haar grensoverschrijdende relatie. Maar wie zo kijkt, houdt niet écht van kunst: die wil propaganda zien. Of in de woorden van Marja Pruis in De Groene Amsterdammer: ‘Of iets ideologisch of moreel ‘klopt’ is de meest zielloze benadering van kunst en staat gelijk aan een doodsklap.’ Het volgende citaat van F. Scott Fitzgerald schiet mij te binnen: ‘Het vermogen om twee conflicterende gedachten vast te houden en tegelijkertijd te kunnen blijven functioneren, is een teken van uitmuntende intelligentie.’
In Amsterdam spreken we af op veilig terrein: in restaurants die te duur zijn voor mijn vrienden. Ze kijken ons aan. De obers. Die anderen. Mannen kijken onderzoekend. Vrouwen afkeurend, walgend. Of mijn vader ook een dessert wil? Het ligt aan mijn humeur hoe ik daarmee om ga. Ben ik in een uitdagende bui, dan geef ik hem expres een kus op zijn mond. Maar meestal loop ik een meter vooruit en trek ik mijn hand weg als hij die net wil vastpakken. Ik kan mij niet losmaken van de schaamte die ik voel bij de priemende blikken in mijn rug. Het is niet de schaamte voor hem. Ik schaamde mij voor mijzelf. Ik vraag mij af wat mijn vader hiervan had gevonden. Zo ben ik toch niet opgevoed? Ik schaam mij dat ik langzamerhand het stuur over mijn leven lijk kwijt te raken. Hij wordt verliefd.
Peter Fleming beschrijft in Sugar Daddy Capitalism (2018) hoe sugar datingnaadloos past in het neo-kapitalisme, waarin de grens tussen werk en privéleven steeds verder vervaagt. Fleming noemt dit een ghost job: een baan die informeel en onzichtbaar blijft voor de buitenwereld, maar die een zware emotionele tol eist. Dit fenomeen geldt ook voor gebruikers van populaire platformen zoals OnlyFans of JustForFans, abonnementsdiensten waar makers exclusieve, vaak expliciete inhoud delen met betalende abonnees. De slogan van JustForFans luidt niet voor niets: ‘Stop giving the best of you for free’.
In haar essay Sugar Babies: When ‘Feminism’ Looks Like Online Misogyny(2022) zegt een sugarbaby over haar ‘baan’: ‘This is a job (…) To do this effectively, the sugar baby needs to learn to be detached and strategic, smiling and flirting, regardless of how disgusted and angry she may feel.’ De ‘baan’ bestaat uit lachen, flirten en jezelf aanpassen aan de wensen van je sugardaddy, zelfs als dit tegen je gevoel indruist.
Ik stopte met mijn bijbaan. Ik had nu een andere ‘bijbaan’. ‘Jammer dat ik het niet op mijn cv kan zetten, want ik ben er best goed in’, grapte ik destijds tegen mijn beste vriendin, een van de weinigen die van mijn bestaan als sugarbaby af wist. Ik ontving een maandelijkse allowance zoals het geldbedrag dat aan sugarbaby’s wordt uitgekeerd heet. Daarnaast hield ik het boekingssysteem bij van zijn Airbnb’s; een schijnbezigheid die ik met overtuigde nonchalance uitvoerde, omdat ik wist dat het zijn manier was om zijn geweten te sussen. We kregen ruzie. Hij betaalde die maand niet.
De centrale vraag die Reijn zich stelde bij het maken van Babygirl was: ‘Is het mogelijk om alle facetten van mezelf te accepteren? Zelfs mijn donkerste verlangens en schaduwkanten?’. Het is precies deze zoektocht die me ertoe bracht dit essay te schrijven. Ik wil dit wijdverspreide en verhulde fenomeen blootleggen. Hoewel ik lange tijd dacht dat ik dit deel van mijn verleden altijd geheim zou houden, net als de duizenden andere studerende sugarbaby’s. Maar het ontkennen en verbergen van ons verleden en van ons innerlijk leven kan verstrekkende gevolgen hebben. Seksuele frustratie, verlies van verbinding, depressie of zelfs overspel, zoals treffend geïllustreerd door girlboss Romy zijn slechts enkele van de mogelijke uitkomsten.
We liggen op het bed van Proust in Le Grand Hôtel Cabourg als hij mij ten huwelijk vraagt. Het is alsof ik buiten mijn lichaam leef. Ik zeg nee. In de relatie heb ik mijzelf op een andere manier leren kennen, en tegelijkertijd ben ik mijzelf verloren. Ik wilde het patriarchaat toch naar mijn hand zetten? Achteraf zie ik in dat wat ik mezelf probeerde wijs te maken, niets meer was dan het sugar coaten van sugar dating. Ik surfte op de golven van het patriarchaat, maar ging keer op keer kopje onder. Ik heb na deze relatie inderdaad nog jaren moeten ‘creperen’ als kunsthistoricus. Inmiddels heb ik mijn eigen bedrijf, zonder enige hulp van welke daddy dan ook, en geniet ik van bescheiden successen. Ik hervond werkelijke vrijheid en autonomie, en dat is nu eenmaal niet van suiker.
Wat mij wél bevrijding bracht tijdens mijn periode als sugarbaby, was het ontdekken van mijn dominante kant in de slaapkamer. Dat verlangen is inmiddels verdwenen, misschien omdat het alleen leefde binnen de dynamiek tussen mijn sugardaddy en mij. Wellicht was het een poging om een onevenwichtigheid in mijn relatie tot mannen, of mijn vader, recht te trekken? Wie zal het zeggen? Het erkennen van onze diepste verlangens overstijgt pure lust. Het raakt aan onze fundamentele behoefte om in onze totaliteit als mens gezien te worden. En dat ís feministisch. Spoileralert: uiteindelijk vindt Romy haar weg terug in de armen van haar man. Dat is wel na het uiten van haar seksuele fantasieën met een ander en ditmaal mét een echt orgasme. Daarmee voelt Babygirl meer aan als een volwassen sprookje dan als een thriller.
Wees de babygirl, sugardaddy of sugarbaby in de slaapkamer. Dan hoeven we al die fantasieën niet meer buiten de slaapkamer, lees: op de maatschappij, te botvieren. De wereld wordt er alleen maar mooier van, en wij gelukkiger. Al is het maar door meer (vrouwelijke) orgasmes. Of in de woorden van Carl Gustav Jung, grondlegger van de analytische psychologie: ‘Iemand met zijn schaduw confronteren is hem zijn eigen licht laten zien.’